Skip to main content

Procedure

Natuurtoets uitgevoerd

De natuurtoets geldt als een voortoets, gebaseerd op de Wet natuurbescherming en Natuurbeleid, waarbij getoetst wordt hoe de bouw en het gebruik van de geplande windturbines zich verhouden tot:

  • Natura 2000 gebieden
  • Beschermde soorten
  • het Natuurnetwerk Nederland
  • het provinciaal natuurbeleid

Doel
Een natuurtoets wordt bij de bouw van een windpark uitgevoerd, omdat de afbraak, bouw en gebruik van het windpark effecten kan hebben op beschermde natuurwaarden (beschermde soorten planten/dieren en beschermde natuurgebieden). Het doel van de toets is om te bepalen of de bouw van de turbines kan leiden tot overtredingen van wetten en regels die toezien op de bescherming van de natuur. Wanneer dat het geval is, wordt bepaald onder welke voorwaarden ontheffing, vergunning en, of toestemming kan worden verkregen en of mitigatie of compensatie nodig is. Wanneer uit het onderzoek blijkt dat er geen negatieve effecten te verwachten zijn, is geen nadere toetsing vereist.

vogeltje

Natuurstudie door Bureau Waardenburg uitgevoerd
Door het bureau Waardenburg (Ecologie en Landschap) is voor de opschaling van het windpark Karolinapolder een uitgebreide natuurstudie gedaan op basis van bovenstaande criteria. In augustus 2018 is deze natuurtoets afgerond.

 

Constateringen en conclusie natuurstudie

  • Natura 2000 gebieden: de realisatie van het windpark Karolinapolder heeft geen effecten op habitattypen of soorten. Voor veel soorten broedvogels en niet-broedvogels in Natura 2000 gebieden kunnen effecten worden uitgesloten omdat deze soorten niet in het plangebied voorkomen. Voor de resterende vogelsoorten is het totaaleffect verwaarloosbaar klein.
     
  • Beschermde soorten: Binnen het plangebied komen geen beschermde soorten voor die niet onder de vrijstellingsregeling vallen met uitzondering van vogels en vleermuizen. Effecten op vogels en vleermuizen beperken zich tot aanvaringsslachttoffers.

    In de gebruiksfase kan sterfte optreden van vogels op seizoenstrek en van enkele soorten lokale vogels. De sterfte is van beperkte omvang en voorzienbaar. De gunstige staat van instandhouding van betrokken populaties komt niet in geding. 
    In de gebruikfase kan daarnaast sterfte van enkele soorten vleermuizen voorkomen door aanvaring met de rotorbladen. Echter dit heeft geen effect op de gunstige staat van instandhouding.

    Wanneer de windturbines worden uitgerust met een stilstandvoorziening bij lage windsnelheden dan is er voor alle soorten sprake van een geringe sterfte, of incidenten die niet bij dragen aan de cumulatie. Vleermuizen zijn overigens alleen te verwachten gedurende de periode tussen 1 juli en 1 oktober, tussen zonsondergang en zonsopkomst.
     
  • Natuurnetwerk Nederland (NNN): de ligging van het windpark ligt buiten het NNN waardoor uitsluitend externe effecten zijn beoordeeld. Het enige mogelijke effect betrof het externe effect van aanvaringsslachtoffers op de aalscholver. Deze is incidenteel in het broedgebied in en over het plangebied waargenomen en kent hiermee geen binding.

Uit bovenstaande constateringen van het onderzoek blijkt dat er geen negatieve effecten op de natuur zijn te verwachten. Dit betekent dat er geen nadere toetsing vereist is.